De schaduw van de morgen
sluit zich langzaam om de stad
de dromen die ik had
schoorvoetend geborgen
De goden die ons hoeden
en beschermen tegen pijn
zelf nu verslagen zijn
weerhouden de zon en bloeden
En ik kijk neer op de aarde
op de zon en op de maan
op de sterren aan de hemel
en de vissen in de zee
Waar ben je licht en morgenzon
waar blauwe lucht en levensbron
Waar ben je lach die geuren straalt
waar molen die mijn tranen maalt