Rechtover een bank de reclame van een lucifermerk
mensen lopen gehaast voor hun baas,voor hun werk
Sommige lopen me voorbij zonder blik haast arrogant
naast mij op de bank ligt ongelezen een vergeten krant
Verbolgen studenten brengen hen een gouden kalf
Niet begrepen en eerder gezien als weldoende zalf
vallen ze met eerbied en ontzag neer op hun knieën
en prevelen angstaanjagend onheilspellende liturgieën
In het Babyloniese half duister buldert weer het het beest
dat menigeen van menselijkheid en medeleven geneest
ik steel de aardse grondstoffen en wil er steeds meer
want delen dat ken ik niet geloof me voor één keer
Ik zoek in de vuilnis naar een groot stuk bruin karton
liefst dubbel dat mij beschermt tegen het koude beton
Met twee halve hamburgers was de dag voor mij mager
en enkele euros voor een warme koffie en wat water
De wraatzucht weer aangewakkerd, jagen de hoeren
vrij en gewillig weer onderdanen de straat op en toeren
in nog grotere limousines naar hun vergrendelde kastelen
voldaan en blijgezind laten ze hun vrouw hun ego strelen
De kerstreceptie is gezellig met wensen die ze kopiëren
Drinkend en etend voeren ze zichzelf naar hogere sferen
Het is er hel verlicht en de feestzaal is goed verwarmd
De muziek zet nu in ze voelen zich veilig en omarmd
Ik kijk stil toe van tussen de struiken
en warm me op aan het licht dat ik zie
De zaal loopt leeg ik moet me weer duiken
en ik kruip onder mijn kranten lappendeken